Bijgerechten en Snacks

Viskoekjes

Voor 10 viskoekjes:
500 gr. stevige witvis, bijvoorbeeld kabeljauwfilet
400 gr. kruimige aardappels

laurierblad
peper
1/2 ui
beschuit
peterselie
1 ei
bloem
boter
olijfolie

Aardappels koken in gezouten water. Pan water opzetten met laurierblad, citroensap, peterseliestelen en flink versgemalen peper. Als het water tegen de kook aan is de vis toevoegen en een paar minuten zachtjes pocheren. Hoe lang is afhankelijk van de dikte van de vis maar een minuut of 5 is meestal genoeg. Als de vis mooi wit is en bijna in stukken valt als je er in prikt is hij gaar. Met een schuimspaan uit het water halen en een beetje af laten koelen.
Als de aardappels gaar zijn afgieten en tot puree stampen. Vis checken op graatjes, fijn maken en bij de puree doen. ( Gaat het makkelijkst met je vingers, dan voel je de eventuele graatjes beter) Peterselie en ui heel fijn hakken en bij de vismassa voegen. Ei en zout & peper erbij en de massa met je handen goed mengen. Als de massa te nat is een verkruimelde beschuit toevoegen; als het te droog is een beetje van het viskooknat. Proeven of het goed op smaak is.
Vorm er mooie platte viskoekjes van. Beetje bloem op je werkblad of bord, dan blijven ze niet plakken. Rondom mooi bruin bakken in boter en (olijf-)olie. Serveren met partjes citroen en een lik lekkere grove mosterd. Een groene salade en wat brood erbij en je hebt een maaltijd.
De volgende dag ook nog erg lekker, dan op kamertemperatuur of weer even opbakken in de koekenpan. Niet in de magnetron dan worden ze zacht.

Deel dit recept via

Meer recepten

Extra

rode poonMijn opa was visboer op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Toen hij eenmaal gepensioneerd was ging hij als het even kon zelf vissen. Vis werd thuis meestal zo simpel mogelijk klaargemaakt, gestoofd en dan met nieuwe aardappels en een klont boter, heerlijk. Mijn oma maakte viskoekjes vaak van restjes vis van de vorige dag, of dat nou kabeljauw was of schelvis of poon. Opa kon ook erg goed vis bakken. Het liefst bakte hij zijn zelf gevangen vis, zomers buiten achter hun huisje op het kamp in Schoorl. Verser kan niet. En als er teveel was legde hij de gebakken vis in in het zuur. Herinner me zelfs nog gebakken en in het zuur ingelegde geep. En dat alles op één brander op een gasfles en een paar flink zwartgeblakerde ijzeren koekenpannen. Die pannen werden na gebruik alleen schoongeveegd met een stuk papier en in kranten ingepakt. Ik heb hier ongetwijfeld m'n liefde voor vis én mooie oude koekenpannen aan overgehouden.